Monopolies in de wetenschap

De wetenschap monopoliseert. Dat wil zeggen, de druk om wetenschappelijke prestaties en resultaten te kwantificeren leidt er toe, dat het proces van wetenschappelijk onderzoek steeds verder vervormd raakt. Al sinds jaar en dag klagen sociale en geesteswetenschappers over niet alleen de onevenredige financiëring van hun onderzoek, maar des te meer nog over het van overheidswege opgelegde model van publicatie. Kort gezegd, inhoudelijk betekent dit dat wetenschappelijke publicaties worden beoordeeld in een soort puntensysteem, waarbij publicaties in tijdschriften bijzonder hoog tellen, en overige publicaties (populaire werken, monografieën, wetenschappelijke bundels, enz.) aanzienlijk minder. Dit is een publicatievorm die met name voor de hand ligt in de natuurwetenschappen, waar er meestal slechts een klein aantal gerenommeerde tijdschriften zijn voor een gegeven specialisme, en waar wiskundig of laboratoriumonderzoek veelal een helder en vooral een concreet kort samen te vatten resultaat oplevert, dat onmiddelijk voortbouwt op voorafgaand onderzoek. Dat is soms, maar lang niet altijd het geval aan de andere kant van de academische scheidslijn. In sommige vakgebieden zoals sociologie of geschiedenis gaat het nog, maar zelfs daar is het boek, dat klassieke medium, toch nog steeds het meest voor de hand liggende vehikel voor wetenschappelijke uiteenzetting. Des te meer daar theorievorming en methodologische overwegingen vaak een grotere rol spelen, en deze veelal een uitgebreidere uitleg vergen en dus niet makkelijk zich laten inpassen in een tijdschriftartikel van maximaal 20-30 bladzijden.

Dit alles is nog tot daar aan toe. Maar de strijd om de prestige en het overheidsgeld wordt hierdoor niet alleen kunstmatig via tijdschriftartikelen gekanaliseerd, maar er zit ook een veelal niet opgemerkte commerciële adder onder het gras. Laat het nu zo zijn dat er slechts enkele grote firma’s zijn die zich toeleggen op het uitgeven van wetenschappelijke tijdschriften; dat zulke tijdschriften door maar zeer weinigen gelezen worden; dat de abonnementen op dergelijke tijdschriften daarom buitengewoon duur zijn; dat niettemin academische bibliotheken een captive market vormen voor verkoop van zulke abonnementen, omdat ze de tijdschriften wel moeten hebben; en dat tenslotte het auteursrecht het monopolie op de inhoud geeft aan de uitgevers, een handvol grote bedrijven. Men kan wel nagaan dat dit een buitengewoon winstgevende onderneming is, een winst die enkel en uitsluitend bestaat dankzij de combinatie van het wettelijk monopolie verleend door auteursrecht en de afhankelijke positie van de universiteiten. Zelfs een kleine Nederlandse academische uitgever zoals Koninklijke Brill (uitgever onder andere van de Marxistische serie Historical Materialism!) maakt een nette miljoenenwinst, terwijl grotere firma’s zoals Wiley, Elsevier, en Springer een winstmarge op ingelegd kapitaal hebben van meer dan één-derde, ver boven de gemiddelde winst van een commerciële uitgever. (Ter voorbeeld: een jaarabonnement voor een enkel individu op het toonaangevende Journal of Hellenic Studies kost $200; het lezen van één artikel kost al $20. Dit geeft dan bovendien geen toegang tot het archief.)

Wat kan ons dit alles schelen? Nu, het is in de eerste plaats een twijfelachtig gegeven dat private firma’s uitstekende winsten kunnen maken dankzij een monopolistische toe-eigening van wetenschappelijke kennis die gegenereerd is uit onderzoek dat het algemene publiek betaald heeft. Dat zou iedere belastingbetaler van belang moeten vinden. Maar daar komt nog eens bij dat het de monopolisten een motief geeft om te proberen de algemene verspreiding van de wetenschappelijke kennis in hun tijdschriften te verhinderen. Immers, dat kan ten koste gaan van de noodzaak abonnementen (veelal online) aan te schaffen, waar zij hun geld uit halen. En dit komt vervolgens ten koste van de toegang tot wetenschap die het algemene publiek zou mogen verwachten. Niet alleen als sociaal wenselijk product, resultaat van de gemeenschappelijke ‘investering’ in de academie, maar ook omdat een zo breed mogelijke toegang tot dergelijke kennis het intellectueel peil van de bevolking verhogen kan. En men kan nooit weten wat iemand er mee doen kan.

Het belang van de algemene toegankelijkheid van wetenschappelijke tijdschriften is recent nog weer eens benadrukt, toen een 15-jarige jongen in de Verenigde Staten een wetenschappelijke prijs van $75.000 won door een verbeterde methode voor het vaststellen van alvleesklierkanker uit te vinden. Deze methode werkt, volgens het BBC-verslag, maar liefst 168 keer zo snel als de tot nu toe gangbare methode, en is bovendien goedkoper. En hoe heeft een tiener dit bereikt? Precies, door online te zoeken in wetenschappelijke tijdschriften en documentatie. Iets wat onmogelijk zou zijn, als alle wetenschappelijke kennis achter de paywalls van Elsevier en Informa verdwijnt.

Er zijn dus twee goede redenen om de monopolisering van wetenschap door commerciële uitgevers te bestrijden. Ten eerste omdat het effectief betekent dat een gemeenschappelijk goed, dat ook gemeenschappelijk betaald is, zomaar wordt toegeëigend door privé-firma’s, die bovendien een monopolierecht verwerven op het intellectueel eigendom (wat tenslotte alleen als monopolie bestaat). Ten tweede omdat het onbekende, ongeziene sociale kosten met zich meebrengt: namelijk de kosten van alle ontdekkingen, ideeën en wetenschappelijke ontwikkeling die mensen niet doen en niet doormaken omdat zij redelijkerwijs niet de exorbitante kosten van abonnementen op wetenschappelijke tijdschriften kunnen opbrengen. In een tijd waarin op ieder gebied het traditionele verhandelbare monopolie van het auteursrecht achterhaald wordt door de verbeterde technologie – denk aan het achterhoedegevecht dat RIAA, Stichting Brein enz. voeren om het online verspreiden van bestanden tegen te gaan – is een dergelijke politiek-economische constructie niet te verdedigen. Het wordt tijd dat publicatie in publiek toegankelijke tijdschriften, niet duurder dan men zou verwachten van een uitgave voor algemeen nut, standaard wordt.

Advertenties

1 reactie

Opgeslagen onder Economie, Wetenschap

Een Reactie op “Monopolies in de wetenschap

  1. In de Journal of Homosexuality zou een artikel over pederastie verschijnen van Bruce Rind. Het was proof readen en goedgekeurd voor publicatie door de redactie. Maar de multinational die vele wetenschappelijke tijdschriften publiceert weigerde het te drukken. Na jaren is het stuk nu verschenen in het boek Censoring Sex Research. Zo zie je maar hoe groot de invloed van de commercie is op de wetenschap, want Rind lag onder vuur bij Family Value-groepen en rechtse politici. En dan kiezen megabedrijven voor het geld. Slechte publiciteit zitten ze niet op te wachten. In wetenschap zijn ze niet geïnteresseerd.

    [Betreft Taylor and Francis, Inc. dat het kleinere Haworth overnam.]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s