Morele verontwaardiging

Nadat een in de Verenigde Staten al meermalen veroordeelde oplichter en fraudeur een idioot filmpje over de Islam heeft gemaakt, vol van beledigingen en de standaard hersenloze onzin over de profeet als pedofiel en wat dies meer zij, breken er rellen uit in verschillende landen met een grotendeels moslimbevolking, zoals in Noord-Afrika. Aan de ene kant heeft dit een vooralsnog onbekende militante groepering de gelegenheid gegeven om het Amerikaanse consulaat in Benghazi aan te vallen, waarbij de ambassadeur en verschillende stafleden gedood worden (waaronder iemand die ik nog ken van een politiek forum, maar dat is een ander verhaal). Aan de andere kant geeft deze uitbarsting van gewelddadige demonstraties ook weer ruimschoots gelegenheid voor het zelfvoldane commentariaat in Nederland om met de vinger te wijzen naar die gekke Arabieren die toch altijd maar overal zo onbegrijpelijk boos om worden. Waarom toch die morele verontwaardiging over een dom filmpje?

Zo makkelijk is het natuurlijk niet. Wat de neerbuigende commentatoren niet begrijpen is dat het bij gelegenheden als deze ook niet werkelijk gaat om deze of gene film of deze of gene striptekening in een Deense krant. Wat werkelijk ter zake doet is dat sinds het einde van de 19e eeuw de Britten, Fransen, Amerikanen en zo voort zich onophoudelijk hebben bemoeid met de politiek van het Midden-Oosten (in ruime zin) en Noord-Afrika. De geschiedenis van de Westerse interacties met deze regio zijn in de afgelopen 150 jaar een voortdurende opeenstapeling geweest van kolonisaties, installatie van marionet-dictators, bombardementen, strafexpedities, het tegen elkaar uitspelen van religieuze en etnische groeperingen, het opslokken van de oliewinsten en het actief bevorderen van obscurantisme, religieuze fanatici, en patriarchale instituties zolang deze de ‘stabiliteit’ waarborgden. Daar komt dan nog de hypocriete steun aan Israël als racistische en koloniserende settler-staat bij. Alleen maar in de laatste twintig jaar hebben mensen in de regio met lede ogen toe moeten zien hoe er invasies of militaire strafacties werden gepleegd van deze of gene soort in Afghanistan, Irak, Libië, Jemen, en Pakistan. Dat is dan om nog niet te spreken over de steun voor de absolute monarchieën in Saudi-Arabië en Bahrein, waar een poging tot democratische revolutie in het kader van de ‘Arabische lente’ bloedig is neergeslagen zonder dat dit veel de kranten heeft gehaald.

De Nederlandse commentatoren in hun zelfgenoegzaamheid denken kennelijk dat de gemiddelde Egyptenaar, Libiër of Syriër dit allemaal van de ene dag op de andere vergeet; zij denken dat het historisch geheugen van deze mensen zo kort is als dat van ons als het om die regio gaat. Dat is niet het geval. In werkelijkheid is het niet van doorslaggevend belang wat de onmiddellijke aanleiding is, waar het om gaat is dat mensen in de regio zo voortdurend onderdrukt, uitgebuit, gebombardeerd, voorgelogen en klein gehouden worden dat welke aanleiding dan ook voldoende is om hen in hun machteloosheid tot razernij te brengen. In dat opzicht heeft het heel weinig te maken met of het Arabieren zijn of wat ‘de Islam’ wel en niet vindt, maar zijn fenomenen als deze veel meer analoog aan de rellen die vorig jaar Londen troffen. Ook daar was de onmiddellijke aanleiding een enkel onduidelijk geval van politiegeweld bij de arrestatie van een (vermoedelijk) bendelid, en waren de rellen niet in enige zin politiek ‘constructief’; maar voor mensen die alsmaar worden vernederd en met voeten getreden is het alsof men een lont werpt in het spreekwoordelijke kruitvat. Je kunt dan wel fijn vanuit je luie stoel in Helmond of Hilversum hypocriet gaan doen over de gewelddadigheid van de Arabieren, maar dan is zo’n moralisme opmerkelijk misplaatst, zeker zolang Nederland nog troepen heeft in Afghanistan en één van ’s werelds meest pro-Israëlische buitenlands beleidskoersen vaart.

Zoals W.F. Hermans jegens ‘links’ al vaak opmerkte en zoals nu jegens ‘rechts’ moet worden opgemerkt, de meerwaarde van morele verontwaardiging in de politiek is maar heel beperkt. Het klassieke weerwoord is weliswaar altijd: tout comprendre, c’est tout pardonner – het stereotype van de gemakzuchtige hippie-pacifist die alles wel goed vindt en altijd maar zegt dat de mensen verkeerd begrepen zijn. Toch is dat niet werkelijk ter zake. Het punt is niet dat politiek geen morele, strategische en ideologische oordelen vergt; daar bestaat politiek uit. Maar het is zinloos om morele verontwaardiging of politieke oppositie als uitgangspunt te nemen voor een politieke analyse, nog voordat de werkelijke empirische en theoretische overwegingen gedaan zijn.

Dit is een probleem niet uniek voor het soort opportunistische Eurocentrisme zoals in dit specifieke geval veel getoond wordt, maar geldt ook bijvoorbeeld binnen linkse kringen voor het type analyse wat bij voorbaat al weet dat als een politieke omwenteling niet op de Russische Revolutie lijkt, het niet de moeite waard kan zijn. Eerst moet een bepaalde situatie begrepen worden, en dan kan daarna altijd nog het passende morele of politieke oordeel geveld worden. Dit is een triviaal vanzelfsprekend gegeven in iedere competente aanpak van geschiedschrijving, echt een kwestie van History 101. Dat dit niet als vanzelfsprekend wordt beschouwd is dan ook kenmerkend voor de immense intellectuele luiheid van het soort Huntingtoniaanse oriëntalisme dat steeds weer de kop op steekt in de Nieuw Rechtse commentaren.

Het bestrijden van oriëntalistische impulsen (die vrijwel onvermijdelijk zijn voor mensen die in West-Europa opgroeien) is een essentiëel onderdeel van het bestrijden van racisme in bredere zin. De morele verontwaardiging opschorten totdat je werkelijk een begrip hebt van de omstandigheden – politiek-economisch, historisch, en wat verder van belang is – maakt daar weer deel van uit. Dit betekent niet het weigeren van ieder oordeel vanuit een incoherent soort moreel relativisme. Maar het betekent dat morele verontwaardiging alleen past wanneer deze consistent wordt toegepast, over de misdaden van het eigen land en de eigen cultuursfeer even goed als over die van een ander, en pas nádat de intellectuele en empatische inspanning is geleverd de ander te begrijpen. Dan kunnen we rustig nog zeggen dat we vrouwenbesnijdenis of het lynchen van mensen die de Islam ‘beledigen’ politiek en moreel afwijzen. Maar dan is morele verontwaardiging tenminste niet meer een substituut voor werkelijk begrip.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek, Religie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s