Maandelijks archief: november 2012

Over de FARC

De media-aandacht voor de Nederlandse FARC-strijdster Tanja Nijmeijer heeft de langdurige strijd van de FARC tegen de Colombiaanse regering voor het eerst in lange tijd weer onder de aandacht gebracht. Normaliter is Colombia, en Zuid-Amerika überhaupt, niet veel in het nieuws in Nederland, dus dit kan ten goede gebruikt worden. Toch bestaat het Nederlandse commentaar veel uit romantisering en evenzeer veel gemakkelijke condemnatie, en beide dienen vermeden te worden. De huidige onderhandelingen tussen de FARC en de Colombiaanse regering zouden een einde kunnen maken aan een van de meest langdurige guerrilla-campagnes in de naoorlogse geschiedenis, maar om te begrijpen waarom dit er toe doet, moeten we verder kijken dan de eenvoudige verhalen over ‘terrorisme’ en dergelijke.

Zoals veel Zuid-Amerikaanse landen is Colombia voor het grootste deel van haar bestaan geregeerd door een nauwe oligarchie, gesteund door grootgrondbezitters in het zeer ongelijk verdeelde platteland en door de veelal buitenlandse (of ‘comprador’) kapitaalbelangen in de grote steden. De Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia – Ejercito del Pueblo (FARC-EP) ontstonden, zoals de naam al doet vermoeden, als een militante communistische beweging die de strijd aanging met de oligarchie in Bogotá. Na een langdurige burgeroorlog (bekend als ‘La Violencia’) had de regering een nieuw agrarisch beleid ingevoerd, hiertoe geadviseerd door Amerikaanse economen. Het beleid bestond uit het stimuleren van het grootgrondbezit en van de grootschalige industriële landbouw in de naam van schaalvoordelen, en beroofde grote hoeveelheden kleine boeren en landarbeiders van hun middelen van bestaan. In reactie hierop besloot de Colombiaanse Communistische Partij een agrarisch verzet te beginnen, gezien het grote economische belang van landbouw in Colombia. In eerste instantie beperkte zich dit tot het organiseren van boeren, maar een groep Communistische militanten richtten een guerrilla-strijdgroep op die kleinschalig gewapend verzet bood tegen de regeringstroepen, doodseskaders, en de paramilitairen in dienst van de grootgrondbezitters. Dit vormde het fundament van de FARC-beweging.

Guerrillastrijd heeft vanuit politiek oogpunt een gecompliceerd karakter. Hoewel het bijzonder effectief kan zijn tegen opponenten die militair en technologisch sterker zijn, vereist het, zoals Mao beschreef in zijn fameuze werken over de guerrillastrijd in China, dat de militanten zich “onder het volk kunnen begeven als een vis in het water”. Ongeacht of het een plattelandsguerrilla is of een stedelijke (zoals in Gaza en Libanon), het is onmiskenbaar noodzakelijk voor het overleven van de strijders dat zij de voortdurende passieve en actieve steun van de lokale bevolking hebben. Die lokale bevolking moet niet alleen bereid zijn hen van voedsel en hulp te voorzien, maar ook hen niet te verraden aan de regeringstroepen, een bron te vormen voor nieuwe strijders, en zich identificeren met de strijd zodat zij niet gemakkelijk om te kopen of te intimideren zijn. Dit betekent vervolgens weer dat de beweging zelf zowel in woord als daad een politiek programma moet hebben dat in overeenstemming is met de belangen van de grote meerderheid van de lokale bevolking.

Echter, hier zit hem de clou: hoe langer de guerrillastrijd doorgaat, hoe moeilijker het is dit te verwezenlijken. Omdat de strijders mobiel zijn, zich over hele gebieden van het land moeten kunnen begeven, en leven van de lokale bevolking, riskeren zij voortdurend geïsoleerd te raken van die bevolking en wat er bij hen speelt. Alleen als de strijders gebieden geruime tijd in handen kunnen houden, lang genoeg om bijvoorbeeld de noodzakelijke landhervormingen ten koste van de grootgrondbezitters door te voeren, kunnen zij de belangen van de lokale bevolking verwezenlijken en daardoor een positieve rol spelen. Als zij echter te zwak zijn om dit te doen, of (wat op hetzelfde neerkomt) de lokale bevolking niet voldoende weten te organiseren in het belang van de revolutie, dan zullen zij op den duur niet alleen het contact met de bevolking verliezen, maar ook hun raison d’être. Vaak ontstaat er dan een proces van degeneratie – om actief te kunnen blijven, moet de beweging de bronnen van inkomsten elders zoeken dan uit de organische steun van de arme massa, en zo wordt drugshandel, ontvoeringen voor losgeld, chantage en bankroof veelal aan de orde van de dag. Hoewel dit in eerste instantie vaak slechts bedoeld is om de werkelijke politieke doelen van de beweging praktisch te dienen, dwingt de logica van georganiseerde criminaliteit de organisatie veelal tot een verwording. Zo eindigen zij vaak als eenvoudige gangsters met een wat opgeblazen retoriek.

De FARC heeft in geruime mate dit proces van degeneratie ondergaan, en daardoor is het al lange tijd niet in staat de troepenaantallen aan te vullen of noemenswaardig de oligarchische regering van Colombia het op enige wijze echt moeilijk te maken. Dit heeft niets te maken, wat de Nederlandse media ook mag zeggen, met ‘terrorisme’ of de morele aspecten daarvan. Zoals de Maoisten in China en de Naxalbandi in India hebben aangetoond, en in het laatste geval nog steeds aantonen, is het uitstekend mogelijk een langdurige politieke en militaire strijd te voeren zonder dat een dergelijk proces van degeneratie optreedt, en zonder dat dit ook maar enigszins kan worden gereduceerd tot een vaag geleuter over ‘terrorisme’. Het ‘terrorisme’ zoals van de Rote Armee Fraktion en dergelijke groepen is niet de oorzaak, maar juist het gevolg van hun gebrek aan brede volkssteun in de gebieden waarin zij opereerden. Hoewel in het geval van de RAF of de Weathermen hun doelwitten politiek gekozen waren en zij niet dit proces van degeneratie ondergingen, is dit alleen omdat zij daarvoor te kort bestonden. Maar een strategie van dien aard heeft geen zin als de analyse van de politiek-economische omstandigheden in een land of regio niet een guerrillastrijd rechtvaardigt, en waar dat in Colombia wel zo was, was dat in Duitsland niet zo. Zo moeten deze bewegingen strategisch en kritisch beoordeeld worden, niet naar de hypocriete maatstaven van de ‘oorlog tegen terreur’.

Nog altijd is Colombia een vazalstaat van de Verenigde Staten, een land waar de eigenaars van haciendas er privé-doodseskaders op na houden, het land met het hoogste aantal vermoorde vakbondsleiders ter wereld, en een centrum van drugshandel en corruptie. De ongelijkheid is enorm, en er is geen onderscheid tussen bankiers, politici, en drugsbaronnen. De ‘oorlog tegen drugs’ heeft het land immense schade toegebracht. Ook is het legale politieke domein grotendeels afgesloten voor enige vorm van progressieve actie: de FARC en andere socialistische organisaties hebben meerdere malen geprobeerd een officiële partij te vormen, maar elke keer werden zoveel leden en activisten ervan vermoord, dat het niet te doen was. Er kan dus geen sprake zijn van een puur parlementaire strategie, als zoiets al zin zou hebben, en de FARC weergeven als oorzaak van de ellende van Colombia is dan ook hypocriet en ridicuul.

Maar tegelijkertijd heeft het ook geen zin om romantisch te doen over de FARC als beweging. De afhankelijkheid van drugshandel en ontvoeringen toont dat de FARC haar historisch bestaansrecht overleefd heeft, en het is allerminst duidelijk dat de nog steeds grotendeels agrarische bevolking van Colombia er veel bij gebaat is. In die zin heeft Tanja Nijmeijer verkeerd gekozen: wellicht was zij beter af geweest haar steun te verlenen aan bijvoorbeeld de Indische rebellen, of die van Irian Jaya, om maar een paar voorbeelden te noemen. We hoeven om het onvermijdelijke verdwijnen van de FARC nu weinig tranen meer te laten. Maar laten we ook de oorspronkelijke rechtvaardiging voor hun bestaan niet vergeten, en ons niet laten verleiden tot hypocriete, koloniale flauwekul over ‘terrorisme’ in het algemeen. En laten we de gelegenheid gebruiken om de Nederlandse verhoudingen met de Zuid-Amerikaanse oligarchieën en hun beschermers in de VS en EU eens kritisch onder de loep te nemen.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek