Maandelijks archief: december 2013

De Wilderssticker

Het is duidelijk dat Geert Wilders met zijn recente stickerstunt probeert aandacht op zijn partij te vestigen. Men zou dus kunnen zeggen: laat hem rustig stickers plakken, zoals het iemand met de politieke serieusheid van een basisscholier betaamt, en negeer het verder. Maar de retoriek van Wilders roept altijd sterke reacties op van uiteenlopende soort, ook onder zijn tegenstanders, en het is de moeite waard tenminste daar enige aandacht aan te besteden. Al was het maar omdat voor allerlei progressieve opponenten van de PVV er meteen weer sprake is van een verbod. Nauwelijks is het verbod op godslastering afgeschaft, of er wordt geroepen dat een dergelijke belediging van de Islam niet kan, en zo voort.

Ik denk niet dat het veel zin heeft om een dergelijke politiek na te streven. De traditionele liberale argumenten voor de vrijheid van meningsuiting, zoals bijvoorbeeld die door John Stuart Mill uiteengezet in On Liberty, zijn hier juist bij uitstek van toepassing. Vrijheid is juist de vrijheid van minderheden, of van het zeggen van dingen die anderen niet willen horen; het is niet wenselijk dat de overheid gaat bepalen waar de grens tussen toegestane en niet toegestane meningen ligt; en men kan zich altijd toevallig aan de verkeerde kant van de streep vinden in een gegeven debat. Een verbod op te radicale meningen of uitingen betekent in feite een politiek monopolie van de meningen en partijen van het politieke centrum, hetgeen noch democratisch noch inhoudelijk gerechtvaardigd is.

In Nederland wordt dan vaak gezegd dat ‘de onafhankelijke rechter’ maar moet bepalen of een bepaalde uitspraak geoorloofd is of niet, maar ook dat is niet wenselijk – dat verschuift dezelfde censuurmacht naar de rechterlijke macht, maar lost het probleem niet op. Daarbij is ook strategisch duidelijk dat het niet de beste manier is om de hatelijke retoriek van Wilders te bestrijden. Het proces tegen Wilders deed hem en zijn partij alleen maar goed, zowel in termen van electoraal gewin als van media-aandacht. Ik ben er van overtuigd dat als Wilders veroordeeld was, dit hem en zijn aanhang alleen nog maar verder gesterkt zou hebben.

Er zijn allerlei dingen die mensen zeggen en doen die onwenselijk zijn, maar die niet met politie-ingrijpen beantwoord moeten worden. Hoewel Nederlanders graag op de Amerikanen neerkijken, is – tenminste sinds de jurisprudentie van de jaren ’60 – de vrijheid van meningsuiting daar veiliger dan hier. (Dat geldt natuurlijk niet voor klokkenluiders zoals Snowden en Manning, noch voor hoe effectief meningsuiting kan zijn in een dergelijk sociaal-economisch ongelijk land, maar dat zijn zaken die daar analytisch van losstaan.) De vrees dat vrije meningsuiting tot pogromgedrag zou leiden is niet werkelijkheid geworden. Hoewel de VS een veel gewelddadiger land is dan Nederland, is er geen duidelijke connectie tussen de jurisprudentie voor vrije expressie (in de zin van overheidsneutraliteit jegens de inhoud van uitspraken) en lynchgedrag; het laatste is duidelijk sindsdien afgenomen. In deze context is het nuttig op te merken dat de eerste verboden op het beledigen van minderheden in Nederland in de jaren ’30 werden ingevoerd om het NSB-fascisme tegen te gaan, iets wat verder zonder merkbaar effect bleef. De blasfemiewet diende juist om links de mond te snoeren.

De burgerrechtenbeweging en de vrijheid van meningsuiting gingen hierin juist hand in hand: zeker in landen die neigen tot een aggressief rechtse tendens, zoals de VS en in toenemende mate Nederland nu, is het juist de progressieve vleugel die een goed beschermde vrijheid van meningsuiting nodig heeft. Dat betekent dus ook de vrijheid bv. tegen Wilders of GeenStijl in te gaan zonder bedreigd of geïntimideerd te worden, ‘journalistiek’ of anderszins.

Dit alles wil echter niet zeggen dat er niet duidelijk sprake is van een campagne van haat en intimidatie jegens immigranten en moslims in Nederland, en dat Wilders met zijn plakwerk daar niet aan bijdraagt. Hierbij creëert Wilders op listige wijze een probleem voor progressief maar atheïstisch gezind Nederland, omdat hij zijn pijlen direct richt op de Islam, niet op moslims als zodanig. Dit onderscheid is zeker voor moslims zelf niet zo makkelijk te maken, en Wilders is bovendien zelf nooit, maar dan ook nooit, consistent is in zijn verhaal – of hij nu tegen de islam is, tegen moslims, tegen immigratie, tegen criminaliteit, of dat het hem om cultuur gaat. Maar bij velen op links, inclusief mijzelf, is het moeilijk om de Islam als zodanig te verdedigen.

Er leeft een breed gedeeld gevoel onder Nederlanders dat de strijd tegen religieuze dominantie, politiek en privaat, een belangrijk onderdeel was van de emancipatiebewegingen sinds de oorlog, en zeker politiek links heeft traditioneel daarom met goede reden een achterdocht jegens het verdedigen van religies. Men hoeft niet zover terug te gaan om de werkelijke censurerende effecten van blasfemiewetten in Nederland te vinden. Het is echter des te meer belangrijk om een gediscrimineerde en zwartgemaakte minderheid zoals moslims in Nederland te verdedigen. Het is dan ook belangrijk er op te wijzen dat Wilders met zijn manipulatieve retoriek zelf dat onderscheid niet duidelijk kan maken – dan hoeven wij dat ook niet te doen.

Hoe moeten we dan reageren? Eigenlijk is het heel eenvoudig. We hoeven de Islam niet te verdedigen, behalve desnoods door er op te wijzen dat ‘de Islam’ buiten de theologie niet bestaat en dus ook niet onderwerp van politiek kan zijn, en dat bovendien Wilders en de zijnen er historisch en theologisch de grootst mogelijke onzin over verkondigen. Maar belangrijk is dat we de rechten – ik spreek eigenlijk liever van vrijheden – van de burgers van Nederland verdedigen. Daaronder vallen de gelijke rechten op vrijheid van meningsuiting, dus van Wilders maar ook van zijn opponenten; de vrijheid om je te kleden zoals je dat zelf wilt, van (vrijwel) naakt tot burqa, naar je zelf zin hebt; de vrijheid wel of niet een religie te belijden; de vrijheid om van de staat geen inhoudelijke oordelen over religie te hoeven verdragen, zodat de staat religie niet steunt en ook niet ‘Judeo-Christelijk’ of wat dan ook is; en de vrijheid om van het ene land naar het andere te reizen en te migreren, naar je zelf nodig vindt bij het nastreven van je eigen dromen en geluk. Dit zijn de verworvenheden en beloften van de Franse Revolutie: een bolwerk van vrijheden voor alle burgers.

Een brede coalitie ter verdediging van deze vrijheden zou tussen liberaal, centrum en links Nederland mogelijk moeten zijn, zodat nog geen tien Wildersen er een bres in kunnen slaan. Zolang het in Nederland over tegenstellingen tussen allochtoon en autochtoon, moslim en atheïst, crimineel en nette burger gaat, is het mogelijk voor Wilders en andere demagogen om de verlichtingsmeerderheid tegen elkaar uit te spelen. De tijd vereist een actieve campagne van deze meerderheid om juist de gelijke vrijheden van alle burgers voorop te stellen, tegen de immigrantenhaat en het moslimjagen in. Dit geeft bovendien een positieve visie en verschuift daarmee de voortdurende defensieve houding van (centrum-)links Nederland naar die van een actief tegenoffensief.

Dit vereist natuurlijk niet dat zaken zoals de economie genegeerd moeten worden – zoals de werkloosheid onder ‘allochtone’ jongeren – maar enkel dat hier een enorme hoop terrein te winnen is dat rechts Nederland hun vocabulaire ontneemt (hoezo Partij van de Vrijheid, als je de Koran wilt verbieden?) en in het defensief dwingt. Dan kan Wilders plaatjes plakken zoveel als hij zin heeft – het kan niets uitrichten. Alleen zo kan op de korte termijn het tij van intimidatie en zondebokkerij gekeerd worden.

2 reacties

Opgeslagen onder Politiek, Religie