Categorie archief: Religie

De Wilderssticker

Het is duidelijk dat Geert Wilders met zijn recente stickerstunt probeert aandacht op zijn partij te vestigen. Men zou dus kunnen zeggen: laat hem rustig stickers plakken, zoals het iemand met de politieke serieusheid van een basisscholier betaamt, en negeer het verder. Maar de retoriek van Wilders roept altijd sterke reacties op van uiteenlopende soort, ook onder zijn tegenstanders, en het is de moeite waard tenminste daar enige aandacht aan te besteden. Al was het maar omdat voor allerlei progressieve opponenten van de PVV er meteen weer sprake is van een verbod. Nauwelijks is het verbod op godslastering afgeschaft, of er wordt geroepen dat een dergelijke belediging van de Islam niet kan, en zo voort.

Ik denk niet dat het veel zin heeft om een dergelijke politiek na te streven. De traditionele liberale argumenten voor de vrijheid van meningsuiting, zoals bijvoorbeeld die door John Stuart Mill uiteengezet in On Liberty, zijn hier juist bij uitstek van toepassing. Vrijheid is juist de vrijheid van minderheden, of van het zeggen van dingen die anderen niet willen horen; het is niet wenselijk dat de overheid gaat bepalen waar de grens tussen toegestane en niet toegestane meningen ligt; en men kan zich altijd toevallig aan de verkeerde kant van de streep vinden in een gegeven debat. Een verbod op te radicale meningen of uitingen betekent in feite een politiek monopolie van de meningen en partijen van het politieke centrum, hetgeen noch democratisch noch inhoudelijk gerechtvaardigd is.

In Nederland wordt dan vaak gezegd dat ‘de onafhankelijke rechter’ maar moet bepalen of een bepaalde uitspraak geoorloofd is of niet, maar ook dat is niet wenselijk – dat verschuift dezelfde censuurmacht naar de rechterlijke macht, maar lost het probleem niet op. Daarbij is ook strategisch duidelijk dat het niet de beste manier is om de hatelijke retoriek van Wilders te bestrijden. Het proces tegen Wilders deed hem en zijn partij alleen maar goed, zowel in termen van electoraal gewin als van media-aandacht. Ik ben er van overtuigd dat als Wilders veroordeeld was, dit hem en zijn aanhang alleen nog maar verder gesterkt zou hebben.

Er zijn allerlei dingen die mensen zeggen en doen die onwenselijk zijn, maar die niet met politie-ingrijpen beantwoord moeten worden. Hoewel Nederlanders graag op de Amerikanen neerkijken, is – tenminste sinds de jurisprudentie van de jaren ’60 – de vrijheid van meningsuiting daar veiliger dan hier. (Dat geldt natuurlijk niet voor klokkenluiders zoals Snowden en Manning, noch voor hoe effectief meningsuiting kan zijn in een dergelijk sociaal-economisch ongelijk land, maar dat zijn zaken die daar analytisch van losstaan.) De vrees dat vrije meningsuiting tot pogromgedrag zou leiden is niet werkelijkheid geworden. Hoewel de VS een veel gewelddadiger land is dan Nederland, is er geen duidelijke connectie tussen de jurisprudentie voor vrije expressie (in de zin van overheidsneutraliteit jegens de inhoud van uitspraken) en lynchgedrag; het laatste is duidelijk sindsdien afgenomen. In deze context is het nuttig op te merken dat de eerste verboden op het beledigen van minderheden in Nederland in de jaren ’30 werden ingevoerd om het NSB-fascisme tegen te gaan, iets wat verder zonder merkbaar effect bleef. De blasfemiewet diende juist om links de mond te snoeren.

De burgerrechtenbeweging en de vrijheid van meningsuiting gingen hierin juist hand in hand: zeker in landen die neigen tot een aggressief rechtse tendens, zoals de VS en in toenemende mate Nederland nu, is het juist de progressieve vleugel die een goed beschermde vrijheid van meningsuiting nodig heeft. Dat betekent dus ook de vrijheid bv. tegen Wilders of GeenStijl in te gaan zonder bedreigd of geïntimideerd te worden, ‘journalistiek’ of anderszins.

Dit alles wil echter niet zeggen dat er niet duidelijk sprake is van een campagne van haat en intimidatie jegens immigranten en moslims in Nederland, en dat Wilders met zijn plakwerk daar niet aan bijdraagt. Hierbij creëert Wilders op listige wijze een probleem voor progressief maar atheïstisch gezind Nederland, omdat hij zijn pijlen direct richt op de Islam, niet op moslims als zodanig. Dit onderscheid is zeker voor moslims zelf niet zo makkelijk te maken, en Wilders is bovendien zelf nooit, maar dan ook nooit, consistent is in zijn verhaal – of hij nu tegen de islam is, tegen moslims, tegen immigratie, tegen criminaliteit, of dat het hem om cultuur gaat. Maar bij velen op links, inclusief mijzelf, is het moeilijk om de Islam als zodanig te verdedigen.

Er leeft een breed gedeeld gevoel onder Nederlanders dat de strijd tegen religieuze dominantie, politiek en privaat, een belangrijk onderdeel was van de emancipatiebewegingen sinds de oorlog, en zeker politiek links heeft traditioneel daarom met goede reden een achterdocht jegens het verdedigen van religies. Men hoeft niet zover terug te gaan om de werkelijke censurerende effecten van blasfemiewetten in Nederland te vinden. Het is echter des te meer belangrijk om een gediscrimineerde en zwartgemaakte minderheid zoals moslims in Nederland te verdedigen. Het is dan ook belangrijk er op te wijzen dat Wilders met zijn manipulatieve retoriek zelf dat onderscheid niet duidelijk kan maken – dan hoeven wij dat ook niet te doen.

Hoe moeten we dan reageren? Eigenlijk is het heel eenvoudig. We hoeven de Islam niet te verdedigen, behalve desnoods door er op te wijzen dat ‘de Islam’ buiten de theologie niet bestaat en dus ook niet onderwerp van politiek kan zijn, en dat bovendien Wilders en de zijnen er historisch en theologisch de grootst mogelijke onzin over verkondigen. Maar belangrijk is dat we de rechten – ik spreek eigenlijk liever van vrijheden – van de burgers van Nederland verdedigen. Daaronder vallen de gelijke rechten op vrijheid van meningsuiting, dus van Wilders maar ook van zijn opponenten; de vrijheid om je te kleden zoals je dat zelf wilt, van (vrijwel) naakt tot burqa, naar je zelf zin hebt; de vrijheid wel of niet een religie te belijden; de vrijheid om van de staat geen inhoudelijke oordelen over religie te hoeven verdragen, zodat de staat religie niet steunt en ook niet ‘Judeo-Christelijk’ of wat dan ook is; en de vrijheid om van het ene land naar het andere te reizen en te migreren, naar je zelf nodig vindt bij het nastreven van je eigen dromen en geluk. Dit zijn de verworvenheden en beloften van de Franse Revolutie: een bolwerk van vrijheden voor alle burgers.

Een brede coalitie ter verdediging van deze vrijheden zou tussen liberaal, centrum en links Nederland mogelijk moeten zijn, zodat nog geen tien Wildersen er een bres in kunnen slaan. Zolang het in Nederland over tegenstellingen tussen allochtoon en autochtoon, moslim en atheïst, crimineel en nette burger gaat, is het mogelijk voor Wilders en andere demagogen om de verlichtingsmeerderheid tegen elkaar uit te spelen. De tijd vereist een actieve campagne van deze meerderheid om juist de gelijke vrijheden van alle burgers voorop te stellen, tegen de immigrantenhaat en het moslimjagen in. Dit geeft bovendien een positieve visie en verschuift daarmee de voortdurende defensieve houding van (centrum-)links Nederland naar die van een actief tegenoffensief.

Dit vereist natuurlijk niet dat zaken zoals de economie genegeerd moeten worden – zoals de werkloosheid onder ‘allochtone’ jongeren – maar enkel dat hier een enorme hoop terrein te winnen is dat rechts Nederland hun vocabulaire ontneemt (hoezo Partij van de Vrijheid, als je de Koran wilt verbieden?) en in het defensief dwingt. Dan kan Wilders plaatjes plakken zoveel als hij zin heeft – het kan niets uitrichten. Alleen zo kan op de korte termijn het tij van intimidatie en zondebokkerij gekeerd worden.

Advertenties

2 reacties

Opgeslagen onder Politiek, Religie

Provocaties

Er is de laatste jaren veel te doen om de vrijheid van meningsuiting in Europa. De vele anti-immigratie en anti-Islamitische groeperingen spinnen garen bij de vele incidenten, groot en klein, die zich in de recente tijd hebben voorgedaan die het recht op vrije expressie, altijd in zulke clichématige termen omschreven als ‘felbevochten’ en dergelijke, in het nauw lijken te brengen. Er zijn natuurlijk de echt grote gevallen, zoals de Rushdie-affaire (alweer vele jaren geleden), waarbij de schrijver na het parodiëren van de oorsprongen van de Islam in zijn boek The Satanic Verses onder permanente bewaking moest leven en verschillende van zijn vertalers (bijna) vermoord werden, en in Nederland natuurlijk de moord op de aartsprovocateur Theo van Gogh. Dit zijn serieuze gevallen, die het recht van burgers om kritiek en satire te beoefenen, en wel in het bijzonder jegens religie, impliciet bedreigen en daarmee hele onderwerpen van vrije discussie afsnijden.

De vrees voor fanatici en gekken kan een mondsnoerend effect hebben, dat is zeker waar. Toch is dit eigenlijk niet de meest serieuze vorm van censuur jegens provocaties op de langere duur. Dat bepaalde individuen, al dan niet labiel, van een gegeven gelegenheid gebruik maken om prominente satiristen en critici te bedreigen of aan te vallen is buitengewoon onwenselijk, maar nooit volledig te verhinderen. Het blote feit dat een enkele idioot met een auto op de colonne van de koningin in kan rijden geeft al aan dat iedere poging tot een volledige beveiliging vergeefs is, en zoals de eindeloze ellende op de vliegvelden iedere reiziger al doet aanvoelen, brengt een poging daartoe aanzienlijke praktische kosten met zich mee, zowel financiëel als politiek.

Het is onbegrijpelijk dat er onder progressief denkende mensen niet serieuzer en verontwaardigder gereageerd wordt als Deense ambassades worden aangevallen omwille van een satire op een religie, of het kantoor van een bekend Frans satirisch blad wordt opgeblazen om dezelfde reden – als er nu één fundamenteel strijdpunt was van de Verlichting, was het toch zeker het recht om met religie de spot te drijven. “De kritiek op religie is het begin van alle kritiek”, schreef Marx al, en zo is het. Maar hoezeer dit ook in het straatje van de kruisvaarders der laatste dagen te pas komt, dit is niet de belangrijkste of gevaarlijkste vorm van censuur en inperking van provocaties.

Spot en provocatie zijn altijd gevreesd omdat zij de meest effectieve wapens zijn vóórdat men naar de echte wapens grijpt. Het werkelijke gevaar rust dan ook niet op de lange duur in de bedreigingen van kleine groepen fanatici, hoe ernstig ook, jegens medeburgers die hun geliefde onderwerpen en totems belachelijk maken. De werkelijk gevaarlijke censuur komt altijd van de instanties met politieke macht, van regeringen en – veelal in het verleden, maar in het geval van Khomeini c.s. recent nog – de van aardse macht voorziene clerus. En in het tijdperk van de ‘oorlog tegen de terreur’ is de reactie van vele Westerse regeringen om juist op dit terrein steeds verder het domein van geoorloofde provocaties terug te dringen. Inderdaad mag in Nederland Geenstijl nu van alles schrijven wat in de jaren ’80 de Centrumpartij nog op boetes zou zijn komen te staan. Maar dat geeft slechts aan dat ondanks hun pretenties tot rebellie, zij niet werkelijk een bron van illegitieme of onopgemerkte macht raken. Een satirist die juist onder het politiek establishment de lachers op de hand heeft is geen criticus, maar een hofnar.

Veel ernstiger is de tendens in de laatste jaren om, nu de aandacht voor en de strijd om de meningsuiting elders lijken te zijn, de traditionele vormen van kritiek en provocatie de mond te snoeren. Vandaag werd in het Verenigd Koninkrijk een zekere Trenton Oldfield tot zes maanden gevangenisstraf veroordeeld, omdat hij vorig jaar de jaarlijkse roeiwedstrijd tussen Oxford en Cambridge had verstoord door tussen de roeiers te zwemmen. Dit was bedoeld, zo bleek, als een protest tegen het elitaire karakter van deze universiteiten (waarvan nog altijd een enorm disproportioneel deel van de studenten van de elitescholen afkomstig zijn) en de banden tussen deze academische elite en de politiek, gezien hoeveel van de Britse regeringsleden die opleidingen genoten hebben. De roeiwedstrijd werd enkel even onderbroken om hem uit het water te vissen en werd vervolgens rustig voortgezet, maar hij mag nu wel een forse tijd de bak in.

Evenzeer werd enkele weken geleden een jongeman die, niet geheel smaakvol, op Twitter een slechte grap had gemaakt ten koste van een in Wales vermoord meisje tot enkele weken cel veroordeeld. Een grap op Twitter! In Nederland werden enkele demonstranten die terecht hadden willen wijzen op het koloniale en racistische karakter van de jaarlijkse Zwarte Pietparades – iets wat ik persoonlijk überhaupt al nooit heb kunnen uitleggen aan mijn in dit soort zaken veel scherpere Amerikaanse vrienden – genadeloos door de politie in elkaar geslagen en naar de cel afgevoerd, tot het enthousiasme van het (witte) publiek. Men mag van alles schreeuwen over buitenlanders en de Islam, maar de confrontatie aangaan met de zaken die de nette witte burgers zelf mooi en waardevol vinden, dan houdt het ineens op. In dat licht bezien wordt de internationale verontwaardiging over de celstraf voor de Russische linkse(!) provocatieband Pussy Riot ineens wel tamelijk hypocriet.

Dit is niet te zeggen dat het één beter is dan het ander. Mensen die de positieve aspecten van de Verlichting en het erfgoed van het 19e- en 20e-eeuwse progressieve denken aan het hart gaat, ideeën die tenslotte de weinige vrijheden en gelijkheden die wij tot stand hebben gebracht mogelijk hebben gemaakt, zouden beide moeten afwijzen. Het is volledig onacceptabel voor ‘links’, om het maar zo te stellen, om schoorvoetend te mompelen over ‘dat ze het toch wel erg bont hebben gemaakt en misschien wel hadden verdiend’ als religieuze fanatici zelfs de meest eenvoudige satires onmogelijk maken. Maar noch moslims noch buitenlanders zijn groepen met veel macht of aanzien in onze maatschappij, en de apologetische reflex is dan ook te begrijpen, hoe misleid ook, als een erkenning van dat feit.

Des te geduchter moeten we daarom zijn voor die gevallen waarin machthebbers onmiddelijk repressief reageren op die zaken, die ‘de gewone burger’ of zelfs de politiek zelf betreffen. Laten we dan ook zulke gevallen als het Sinterklaasprotest evengoed serieus nemen als gevallen van bedreiging en censuur als de aanval op Charlie Hebdo. Daar komt dan nog bij dat Nederland een leidende rol speelt in internetcensuur, van vage wetgeving gerechtvaardigd door morele paniek over ‘kinderporno’ tot het slaafs volgen van de grote mediafirma’s in het uitsluiten van iedere mogelijkheid tot fair use. Of de censuur als het gaat om ook maar de meest luchtige provocatie jegens het koningshuis, zoals nog niet te lang geleden wederom bleek. Ook hier lijkt de grens te liggen bij wat geldt als provocatief voor de kleinburger, en niet wat geldt als provocatief voor kleine groepen Islamitische fanatici, hoe luid deze ook mogen zijn. Het is tijd om ons te verzetten tegen de steeds verdere terugdringing van de mogelijkheden tot satire en provocatie, en de retoriek over vrijheid van meningsuiting niet slechts te beperken tot het soort kenmerkend voor klein-rechts. De werkelijk waardevolle provocatie is die van macht en gevestige meningen – niet het natrappen van bevolkingsgroepen die toch al eindeloos geminacht worden.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek, Religie

Morele verontwaardiging

Nadat een in de Verenigde Staten al meermalen veroordeelde oplichter en fraudeur een idioot filmpje over de Islam heeft gemaakt, vol van beledigingen en de standaard hersenloze onzin over de profeet als pedofiel en wat dies meer zij, breken er rellen uit in verschillende landen met een grotendeels moslimbevolking, zoals in Noord-Afrika. Aan de ene kant heeft dit een vooralsnog onbekende militante groepering de gelegenheid gegeven om het Amerikaanse consulaat in Benghazi aan te vallen, waarbij de ambassadeur en verschillende stafleden gedood worden (waaronder iemand die ik nog ken van een politiek forum, maar dat is een ander verhaal). Aan de andere kant geeft deze uitbarsting van gewelddadige demonstraties ook weer ruimschoots gelegenheid voor het zelfvoldane commentariaat in Nederland om met de vinger te wijzen naar die gekke Arabieren die toch altijd maar overal zo onbegrijpelijk boos om worden. Waarom toch die morele verontwaardiging over een dom filmpje?

Zo makkelijk is het natuurlijk niet. Wat de neerbuigende commentatoren niet begrijpen is dat het bij gelegenheden als deze ook niet werkelijk gaat om deze of gene film of deze of gene striptekening in een Deense krant. Wat werkelijk ter zake doet is dat sinds het einde van de 19e eeuw de Britten, Fransen, Amerikanen en zo voort zich onophoudelijk hebben bemoeid met de politiek van het Midden-Oosten (in ruime zin) en Noord-Afrika. De geschiedenis van de Westerse interacties met deze regio zijn in de afgelopen 150 jaar een voortdurende opeenstapeling geweest van kolonisaties, installatie van marionet-dictators, bombardementen, strafexpedities, het tegen elkaar uitspelen van religieuze en etnische groeperingen, het opslokken van de oliewinsten en het actief bevorderen van obscurantisme, religieuze fanatici, en patriarchale instituties zolang deze de ‘stabiliteit’ waarborgden. Daar komt dan nog de hypocriete steun aan Israël als racistische en koloniserende settler-staat bij. Alleen maar in de laatste twintig jaar hebben mensen in de regio met lede ogen toe moeten zien hoe er invasies of militaire strafacties werden gepleegd van deze of gene soort in Afghanistan, Irak, Libië, Jemen, en Pakistan. Dat is dan om nog niet te spreken over de steun voor de absolute monarchieën in Saudi-Arabië en Bahrein, waar een poging tot democratische revolutie in het kader van de ‘Arabische lente’ bloedig is neergeslagen zonder dat dit veel de kranten heeft gehaald.

De Nederlandse commentatoren in hun zelfgenoegzaamheid denken kennelijk dat de gemiddelde Egyptenaar, Libiër of Syriër dit allemaal van de ene dag op de andere vergeet; zij denken dat het historisch geheugen van deze mensen zo kort is als dat van ons als het om die regio gaat. Dat is niet het geval. In werkelijkheid is het niet van doorslaggevend belang wat de onmiddellijke aanleiding is, waar het om gaat is dat mensen in de regio zo voortdurend onderdrukt, uitgebuit, gebombardeerd, voorgelogen en klein gehouden worden dat welke aanleiding dan ook voldoende is om hen in hun machteloosheid tot razernij te brengen. In dat opzicht heeft het heel weinig te maken met of het Arabieren zijn of wat ‘de Islam’ wel en niet vindt, maar zijn fenomenen als deze veel meer analoog aan de rellen die vorig jaar Londen troffen. Ook daar was de onmiddellijke aanleiding een enkel onduidelijk geval van politiegeweld bij de arrestatie van een (vermoedelijk) bendelid, en waren de rellen niet in enige zin politiek ‘constructief’; maar voor mensen die alsmaar worden vernederd en met voeten getreden is het alsof men een lont werpt in het spreekwoordelijke kruitvat. Je kunt dan wel fijn vanuit je luie stoel in Helmond of Hilversum hypocriet gaan doen over de gewelddadigheid van de Arabieren, maar dan is zo’n moralisme opmerkelijk misplaatst, zeker zolang Nederland nog troepen heeft in Afghanistan en één van ’s werelds meest pro-Israëlische buitenlands beleidskoersen vaart.

Zoals W.F. Hermans jegens ‘links’ al vaak opmerkte en zoals nu jegens ‘rechts’ moet worden opgemerkt, de meerwaarde van morele verontwaardiging in de politiek is maar heel beperkt. Het klassieke weerwoord is weliswaar altijd: tout comprendre, c’est tout pardonner – het stereotype van de gemakzuchtige hippie-pacifist die alles wel goed vindt en altijd maar zegt dat de mensen verkeerd begrepen zijn. Toch is dat niet werkelijk ter zake. Het punt is niet dat politiek geen morele, strategische en ideologische oordelen vergt; daar bestaat politiek uit. Maar het is zinloos om morele verontwaardiging of politieke oppositie als uitgangspunt te nemen voor een politieke analyse, nog voordat de werkelijke empirische en theoretische overwegingen gedaan zijn.

Dit is een probleem niet uniek voor het soort opportunistische Eurocentrisme zoals in dit specifieke geval veel getoond wordt, maar geldt ook bijvoorbeeld binnen linkse kringen voor het type analyse wat bij voorbaat al weet dat als een politieke omwenteling niet op de Russische Revolutie lijkt, het niet de moeite waard kan zijn. Eerst moet een bepaalde situatie begrepen worden, en dan kan daarna altijd nog het passende morele of politieke oordeel geveld worden. Dit is een triviaal vanzelfsprekend gegeven in iedere competente aanpak van geschiedschrijving, echt een kwestie van History 101. Dat dit niet als vanzelfsprekend wordt beschouwd is dan ook kenmerkend voor de immense intellectuele luiheid van het soort Huntingtoniaanse oriëntalisme dat steeds weer de kop op steekt in de Nieuw Rechtse commentaren.

Het bestrijden van oriëntalistische impulsen (die vrijwel onvermijdelijk zijn voor mensen die in West-Europa opgroeien) is een essentiëel onderdeel van het bestrijden van racisme in bredere zin. De morele verontwaardiging opschorten totdat je werkelijk een begrip hebt van de omstandigheden – politiek-economisch, historisch, en wat verder van belang is – maakt daar weer deel van uit. Dit betekent niet het weigeren van ieder oordeel vanuit een incoherent soort moreel relativisme. Maar het betekent dat morele verontwaardiging alleen past wanneer deze consistent wordt toegepast, over de misdaden van het eigen land en de eigen cultuursfeer even goed als over die van een ander, en pas nádat de intellectuele en empatische inspanning is geleverd de ander te begrijpen. Dan kunnen we rustig nog zeggen dat we vrouwenbesnijdenis of het lynchen van mensen die de Islam ‘beledigen’ politiek en moreel afwijzen. Maar dan is morele verontwaardiging tenminste niet meer een substituut voor werkelijk begrip.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Politiek, Religie